Menu
Vanwege het coronavirus hanteren wij tijdelijk versoepelde annuleringsvoorwaarden.
Tot 30 dagen voor vertrek kosteloos annuleren.
Meer info

“SRI LANKA, DE TROPISCHE PAREL IN DE INDISCHE OCEAAN”. Lees snel verder!

19/11/19
Onze klanten (meneer en mevrouw Hellebuyck) zijn afgelopen maart '19 met ons naar Sri Lanka geweest. Na de verschrikkelijke gebeurtenissen moet het land een boost krijgen en daarom vertellen zij graag uitgebreid over hun reiservaringen. Dit soort reiservaringen helpt ons enorm en het doet ons goed om te lezen dat ze een toffie reis hebben gemaakt met ons. We delen deze reiservaring ook met u; twijfel niet om te kiezen voor een reis naar Sri Lanka!
Maandag 18 maart 2019 : “De trein is altijd een beetje reizen en een voorbeeldige vlucht”.  

In november 1997 hebben wij Sri Lanka, de tuin van Eden, voor het eerst met een bezoekje vereerd. We wilden ooit eens terug en nu is het er eindelijk van gekomen. Toen bestond de reis vooral uit cultuur met en snuifje natuur, maar nu is het ons vooral om het laatste te doen. Daarom zijn wij bij de Nederlandse reisorganisatie PANGEA Travel ten rade gegaan. Het programma dat zij voorstelden voldeed namelijk het meest aan onze verwachtingen. Na wat mailtjes zijn wij zo tot een akkoord gekomen. Zo komt het dat we gepakt en gezakt zijn om naar Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka, te vliegen. Familie brengt ons naar het station van Roeselare, waar een rechtstreekse trein ons naar de luchthaven van Zaventem brengt. Het is uiterst kalm in de wagon en wij kunnen in alle stilte onze krant lezen. Intussen vallen enkele regenbuien, maar we zitten droog. Het wordt drukker naarmate wij de hoofdstad naderen, maar er is nog ruimte zat. Twee uur later komen we bij het station “Brussel Nationaal Zaventem” aan. Een roltrap en een lift brengen ons naar de vertrekhal. Wij hebben onze instapkaarten al via de computer afgedrukt en in geen tijd kunnen onze reistassen op de transportband. Hopelijk zien we onze kleinoden terug in Colombo! Ook de politie – en handbagagecontroles verlopen vlot en zo kunnen wij in alle rust genieten van een stuk cake en een lekkere kop koffie. Het is de eerste keer dat we met Qatar Airways vliegen en wij zijn benieuwd, want de maatschappij staat hoog aangeschreven. Het opstappen gebeurt op tijd en gaat vlot. Dat is alleszins een pluspunt. Wij hebben ook geluk dat we over drie plaatsen beschikken, want dat scheelt toch een pak qua beenruimte. We merken dat er in het laatste gedeelte van het toestel nog heel wat vrije plaatsen zijn. Het scherm waarop wij films kunnen zien is groot en het aanbod is heel goed! Recente kaskrakers alsook klassiekers zoals “Singing in the rain” en “The sound of music” staan op het programma. Annemie en ik kijken naar de film “Duma”. Het verhaal gaat over de belevenissen van de jongen Xan die zich ontfermt over de jachtluipaard Duma, die als jong gevonden werd door Xan en zijn vader. De moeder van Duma werd gedood door leeuwen. Het jong wordt volwassen en Peter, de vader van Xan, wil dat de jachtluipaard terug in het wild losgelaten wordt. Peter sterft echter en Xan verhuist met zijn moeder naar Johannesburg. Daar ontsnapt Duma en dat is het begin van een avontuur zonder weerga. De film werd grotendeels opgenomen in Botswana en daar hebben wij nog altijd goede herinneringen aan. Intussen kunnen we genieten van een diner van kip met puree en wortels en erwtjes, voorafgegaan door een aperitiefje. Een stukje cake en een chocolaatje sluiten de maaltijd af. 

We spelen nog een spelletje bowling op de computer en de zes uur durende vlucht is zo voorbij! Wij landen op de “Hamad International Airport” en het is zo'n twee uur later dan in België. Alle passagiers stappen in busjes en het is echt blokrijden naar het luchthavengebouw. Netjes wachten de busjes in de rij om hun passagiers figuurlijk uit te spuwen. Honderden mensen spoeden zich naar de buik van het imposante gebouw, waar wij aanschuiven voor alweer een handbagagecontrole. 

Dinsdag 19 maart 2019 : “Opslagplaats van frigo's en diepvriezers op de luchthaven, 
twee huisdiertjes, een leuke dorpswandeling en een heerlijk diner”. 

In tegenstelling tot de eerste vlucht zit het vliegtuig naar Sri Lanka nu wel stampvol. We proberen wat te slapen, maar dat lukt niet echt. De lichten op het toestel blijven volop branden en omstreeks 3u. wordt een diner geserveerd. Annemie en ik opteren voor een broodje met een aperitiefje. Daarna proberen wij wat te dutten, maar dat wil niet vlotten. Intussen komt de zon al door de vensters piepen. Eindelijk landen wij op het “Bandaranaike International Airport”, dat zo'n 22 kilometers van de hoofdstad Colombo gelegen is. De politiecontrole verloopt gesmeerd en we begeven ons naar de bagageband, waar onze reistassen al aangerold komen. Oef, dat is al een zorg minder. We maken gebruik van de toiletten en daar staan geen mannen meer om toiletpapier aan te geven om een cent bij te verdienen zoals toen. Later vernemen wij dat dit nu verboden is. We banen ons een weg tussen tientallen winkeltjes, waar mannelijke verkopers frigo's en diepvriezers aan de man brengen. Blijkbaar worden de taksen daarop terugbetaald. 
Wij willen wat euro's wisselen voor Sri Lankese roepies en worden overal welkom geheten. De koers is overal dezelfde, dus is de keuze niet moeilijk. We stappen door de aankomsthal en een breed glimlachende gespierde kaalkop houdt een bordje “Party Hellebuyck” omhoog. Gaan wij een feestje bouwen? Blijkbaar is “Party” hier een groep! De naam van onze gids-chauffeur is Nijab. Hij heet ons welkom met “Ayobowan” of “Ik wens U een lang leven”.

We stappen naar ons vervoermiddel voor de komende twee weken. Enkele mannen willen onze bagage naar daar brengen om zo een cent bij te verdienen. De auto staat echter niet ver en dus doen wij het zelf wel. Nijab stuurt ons veilig door het verkeer. Hij heeft een kalme route uitgekozen naar ons eerste verblijf. Wat ons opvalt zijn de vele Mariabeelden langs de weg. Blijkbaar is dit deel van Sri Lanka tamelijk katholiek. De meeste mensen in het land zijn overwegend boeddhistisch. Daarna volgt het hindoeïsme. Zo'n zeven procent van de bevolking is moslim en de katholieken vormen zowat  zes procent van de inwoners. 

Wij kopen een fles mineraalwater in een klein winkeltje en de verkoopster tovert een brede glimlach op haar gezicht als ik haar bedank in het Sri Lankees met de woorden “Boma Stuti”. In een mum van tijd zijn wij bij onze eerste verblijfplaats “Diklande Estate Bungalow” in Badalgama. We staan voor een gesloten poort, maar Nijab is al aan het bellen zodat de auto het domein kan binnenrijden. Een man op de fiets ontsluit het hekken en heet ons welkom. De vriendelijke gastheer is Thomas en hij toont ons de drie kamers van het hotel. We zijn de enige gasten deze nacht en wij kunnen dus een verblijf uitkiezen. De kamer is kleurrijk en de badkamer is gedeeltelijk in open lucht. We hebben zelfs gezelschap van een tweetal kleine kikkertjes. Annemie en ik bestempelen ze als onze huisdiertjes. De elektriciteitsvoorzieningen werken voorlopig niet, maar Thomas bezorgt ons toch in een handomdraai een fruitig guavesapje. Hij vertelt ons dat hij in Kandy woont en dat het een hele opgave is om naar huis te gaan. Hij is dan een paar uur onderweg met de bus. 

We hebben aan Nijab gevraagd om ons eventueel naar het Muthurajawela moeras te brengen om vogels te spotten. Op dit tijdstip van de dag zal er niet veel te zien zijn, zegt hij. Hij stelt ons voor om in de vooravond een mooie wandeling in deze rustige, groene omgeving te doen. Wij nemen een deugddoende douche en slapen wat. Daarna doen we een tochtje op het domein van de kokosnootplantage. We spotten al een paar kleurrijke vogels, Indische palmeekhoorns en hagedissen. Intussen krijgen wij het gezelschap van enkele straathonden en al snel zijn het er drie. Als we een zijweg willen inslaan hangen ze letterlijk aan onze broek, alsof ze willen zeggen : “Dit is privaat domein”!
We bestellen bij Thomas een koffie met melk en worden goed in de watten gelegd, daar wij de enige gasten zijn. Wij zijn om 16u. paraat om de wandeling met Nijab te maken. Hij heeft een goede kennis van zowel de fauna als de flora van het gebied. Enkele mannen zijn manueel bakstenen aan het maken. Zware arbeid en niet goed voor de rug, maar het resultaat mag er wel zijn. We worden overal vriendelijk bejegend en spotten kleurrijke vogeltjes zoals purperstuithoningzuigers, bruinkopbaardvogels en  Ceylonese babbelaars. In een tuintje bij een huis zijn een meisje met mooie zwarte krullen en haar vader aan het werk. Het dochtertje moet een jaar of vier zijn en Nijab knoopt een gesprek aan met haar vader. We wandelen verder en even later komen wij het meisje en haar vader tegen op de brommer. Het lieve kind overhandigt ons een paar tamarindepeulen waarvoor dank. We eten de wat plakkerige vruchten op die volgens plantenkenner Nijab heel wat geneeskundige krachten bezitten. 

De dag kan zeker niet meer stuk en na de wandeling lezen wij nog wat bij het zwembad. Intussen zorgt Thomas voor de bereiding van het avondmaal. We hebben gevraagd om niet pikant te koken en onze sympathieke kok heeft woord gehouden. De kip met curry is de beste die wij ooit gegeten hebben en na de maaltijd schotelt Thomas ons nog een stenen pot met heerlijke “Curd” voor. Dat is yoghurt die gemaakt is met buffelmelk en het gezonde dessert wordt rijkelijk overgoten met “Jaggery” of palmhoning. We bedanken Thomas voor dit heerlijk diner en gaan slapen. 

Woensdag 20 maart 2019 : “Bloedheet in de tent, zien en gezien worden, een prachtkat voor de lens en een diner onder een heldere sterrenhemel”. 

We hebben goed geslapen en genieten van een lekker ontbijt. Wij nemen afscheid van Thomas en bedanken hem met een goede fooi. Nijab heeft zijn wagen gepoetst en staat klaar om ons naar andere oorden te brengen. Hij vraagt of we goed geslapen met de woorden : “Alles ok, madame? Alles ok, meneer? “. Hij heeft de woorden geleerd van de vele Nederlandse klanten die via Pangea naar Sri Lanka gekomen zijn, zegt hij. Nijab rijdt langs rustige wegen, waar wel wat wildleven te spotten valt. Zo stuurt hij  naar het tentenkamp “Big Game Wipattu”. Onderweg zien wij een sierlijke blauwe reiger die mooi staat te poseren in een meer. Het is heet als we bij het tentenkamp toekomen. Wij krijgen wat uitleg alsook een welkomstdrink en kunnen dan onze accommodatie bekijken. We bestellen nog wat toast met eieren zodat wij geen honger hoeven te lijden straks. De kleine tenten staan heel dicht bij elkaar en ook binnen mag een mens geen claustrofobie hebben. De zeilen binnenin hebben dringend eens een opfrisbeurt nodig. Het is er bloedheet en wij spoeden ons snel naar buiten om een wandeling op het domein te doen. Zo merken we dat er in het kamp een paar nieuwere en grotere tenten in de schaduw van enkele bomen zijn. We zullen straks eens aan de manager vragen of wij geen tent in de schaduw kunnen krijgen. Nu en dan zien wij een varaan of een mangoest die op zoek is naar wat eetbaars,  een reuzeneekhoorn maakt het nodige lawaai in een boom, enkele kikkers hebben de koelte van een kleine waterplas opgezocht en kleurrijke libellen zitten roerloos op grassprieten. 

Ze brengen onze lunch en bij de toast behoren ook wat frieten. Daarna rusten wij wat in de zetels in de schaduw van een boom. Omstreeks 14u. 30 staat een jeep ons op te wachten om naar de ingang van het nationale park van Wilpattu, één van de oudste van het land, te rijden. Onderweg pikken wij ook Nijab op. Bij de entree staat een mooi bord met twee luipaarden erop. De boodschap is ook wel tof : “Misschien zie je ons niet, maar wees niet teleurgesteld! We zijn er wel en houden jullie in de gaten!”. Nijab komt met de toegangstickets aanlopen en wij kunnen de safari aanvatten. De jeep stuurt door bospartijen en langs moerassen en natuurlijke meren of “Willus”. Het duurt niet lang of we zien een axishert alsook een mangoest. Een blauwe pauw komt ons luidruchtig begroeten en bij een waterplas slikt een Indische nimmerzat zijn visje snel in. Een reusachtige krokodil ligt wat verder in het gras met zijn muil wijd opengesperd. 

Enkele voertuigen hebben een lippenbeer gespot en wij spoeden ons naar daar. Het beest ligt echter te ver weg in de schaduw van enkele struiken. Gelukkig wordt de chauffeur van onze jeep opgeroepen dat er een luipaard bij enkele waterplassen gezien is. We zetten er vaart achter en algauw weten wij waar de kat zich bevindt. Daar staan namelijk zo'n tien jeeps geparkeerd. Gelukkig zien we het dier snel, want het wandelt langzaam tussen de struiken door. De prachtkat bekijkt dan kalm het schouwspel van de talloze voertuigen en zo kunnen wij enkele mooie foto's van het dier maken. Er komt plots wat animo als we de doordringende noodkreten van een paar axisherten alsook van een sambar horen. De luipaard zet zijn wandeling doodgemoedereerd voort, steekt de weg tussen de voertuigen door en verdwijnt dan in het dichte struikgewas. Wat een tof schouwspel hebben wij mogen meemaken en dat op onze tweede dag in Sri Lanka! Onze dag kan zeker niet meer stuk en ook Nijab is in zijn nopjes! 

We rijden vervolgens naar een rustplek bij een meer en spotten nog een sambar en een krokodil. Bij de grote waterplas zitten enkele Ceylon kroonapen op paaltjes en in bomen. Het zijn echte gauwdieven, want wij zien ze wat voedsel stelen van enkele toeristen die hun eten zomaar in hun open jeep liggen hebben. Hier bestaat maar één spreekwoord voor : “Eigen schuld, dikke bult!”. 

Dan sturen wij naar de uitgang van het park en het is echt een komen en gaan van Ceylonhoenders, de nationale vogels van Sri Lanka. Het dier is eigenlijk een endemisch en kleurrijk exemplaar van een Belgische haan. Een bruine klauwier op een tak bekijkt alles sceptisch. Ook enkele kamikazepiloten onder de vorm van pauwen steken zonder kijken de weg over. Gelukkig heeft onze chauffeur goede reflexen! Terug in het kamp is er nog thee met banaantjes en gemberkoekjes. Wij nemen zo goed en zo kwaad mogelijk een douche, want het wordt vlug donker. Omstreeks 19u. 30 gaan alle mensen uit de tenten gezamenlijk met een parkwachter naar een open plaats, waar een kampvuur brandt.  De tafeltjes voor twee staan goed verspreid over het domein zodat iedereen de nodige privacy heeft. Doordat het vandaag een godsdienstige feestdag is, kunnen wij wel geen alcoholhoudend drankje nuttigen. Onder een donkere hemel met een volle maan en duizenden sterren genieten we van een lekker avondmaal. De groentensoep, het barbecuevlees en de cake met ijs gaan zoetjes binnen. De manager van het kamp vraagt of wij nog zin hebben in een avondwandeling met kans op het zien van dieren die in de nacht actief zijn. Dat hebben wij zeker. Een half uur later gaan enkel Annemie en ik met drie jonge gidsen op stap. We zien wat nachtvlinders, een wandelende tak, een slangetje en zowaar een negenkleurige pitta in zijn slaap. Meer dan tevreden gaan wij naar onze bedstee en belonen de jonge kerels met een mooie fooi. 

Het is nog steeds heet in de tent, maar gelukkig blaast een ventilator wat koelte in onze richting. Er is eerst nog wat hondengeblaf, maar dan overheerst de stilte van de nacht. 

Donderdag 21 maart 2019 : “Kleurrijke vogels bij eeuwenoude stenen, een toeristische tocht en een pracht van een boomhut”. 

Om 7u. gaat de wekker en dat is het sein om op te staan. We zijn wat stijf en stram door de oncomfortabele matras, maar dat zullen wij wel verhelpen met een wandeling naar de ontbijtruimte. Dat is op dezelfde plaats als het diner en de tafeltjes staan nu in de schaduw van enkele bomen. Enkele kleine groene bijeneters vragen onze aandacht en een reuzeneekhoorn rommelt in de takken boven ons. Terwijl wij genieten van wat fruit, een spiegelei en toast, ziet Annemie een mooi bruin kikkertje op de schors. Gelukkig beweegt het diertje wat, want door de schutkleuren zou men het niet zien zitten. Goed gespot, Annemie!

Na de maaltijd nemen we snel afscheid van het vriendelijke personeel, want wij hebben om 8u. 30 afgesproken met Nijab. Onze trouwe chauffeur staat ons al op te wachten! “Ayobowan, Nijab!”. De volgende bestemming “Sigirya” is niet zo veraf en hij stuurt ons door een mooi groen landschap met meren vol bloeiende waterlelies en waterfazanten. We rijden nu door de zogenaamde Culturele driehoek van Sri Lanka. Een schaduwrijke laan vol bomen brengt ons naar het natuurreservaat Ritigala en gelijknamige berg. Naast een uitbundige natuur herbergt deze plaats ook de ruïnes van een oud boeddhistisch klooster. Het is klimmen geblazen en het bolwerk is echt een pareltje van architectuur, want alles dateert van tijden voor Christus. Het complex moet enorm groot zijn geweest en zijn echt tegen de hellingen van de berg gebouwd. Naast de oude stenen en gebouwen spotten wij ook enkele kleurrijke vogeltjes zoals de oranje nachtegaal en een bamboevliegenvanger.

We sturen terug naar de weg en hebben er honger van gekregen. Nijab stelt voor dat wij misschien een georganiseerde “Village Walk” met lunch kunnen doen. We betalen eerst en smullen dan van een lekkere curry met rijst en pompoen. Een aftandse ossenkar brengt ons vervolgens naar een meer, waar een kano ons naar een dorp vaart. Daar tonen twee vrouwen ons hoe ze koken en daarna varen wij met een ander bootje door de waterhyacinten. We zien wat watervogels, maar niets spectaculairs. Wel zien wij de rots van Sigirya in de verte, onze eindbestemming voor vandaag. Nijab is verwonderd dat het waterniveau zo laag staat, want dat heeft hij nog niet meegemaakt. Net als overal ter wereld gaat het peil van rivieren en meren achteruit door de opwarming van de aarde. Een “Tuktuk”, het populairste voertuig in Sri Lanka, brengt ons vervolgens naar het reisbureau. Nijab haalt de wagen en stuurt ons dan naar Sigirya. Algauw zien wij de befaamde rots en op grote pancartes staat te lezen dat we de bezienswaardigheid ook vanuit een luchtballon kunnen zien. In 1997 was daar toen zeker nog geen sprake van! 
Voor onze chauffeur is het de eerste maal dat hij naar de slaapplaats “Back of beyond Dehigaha Ela” gaat en hij vraagt aan een berijder van een tuktuk de weg er naartoe. Blijkbaar kunnen wij er enkel met een jeep komen. Dat ziet Nijab niet zitten en hij belt naar het hotel. Na enkele telefoons kan hij bekomen dat we twee nachten in een boomhut van de “Back of beyond Pidurangala” in dezelfde stad kunnen slapen. Voor ons is dit zeker ok anders moesten wij morgen weer de reistassen inpakken. Daar aangekomen krijgen wij een watermeloensapje als welkomstdrink en kunnen wij onze boomhut inpalmen. Wauw, wat een toffe slaapplaats! We slapen hoog in een open ruimt. De manager waarschuwt ons enkel voor apen die wel eens eten zouden kunnen stelen. Daarom kunnen wij de frigo afsluiten. We steken er meteen onze koeken en snoep in. Ook olifanten komen soms wel eens voorbij wandelen, maar hoe meer dieren hoe meer vreugd! De badkamer bevindt zich onderaan de trap en is heel ruim. In de douche en in de wasbak komen al een tweetal kleine kikkertjes piepen, zo hebben wij weer huisgenoten. In de slaapkamer kunnen wij heel wat lichten aansteken en er zijn voldoende stopcontacten om de batterijen van de camera's op te laden. 

Het diner wordt geserveerd om 19u. De soep, de kip met pasta en het zoet dessertje smaken verrukkelijk. Het is intussen al goed donker buiten en wij gaan slapen, want morgenochtend is het vroeg dag. We zitten nog maar net in bed of wij horen dieren knagen aan de dakbedekking. Waarschijnlijk zijn het Indische palmeekhoorns, die wij echt al overal gezien hebben. Wij controleren of alle tassen dicht zijn en slapen verder. 

Vrijdag 22 maart 2019 : “Een ochtendklim naar een uitzichtpunt, de jeugd wordt teveel gepamperd, mooi aardewerk, in de file en het stof naar de olifanten en een doorrookte dame is bang van een insect”. 

De rest van de nacht verloopt rustig en omstreeks 5u. 30 staan we op. Om 6u. vertrekken wij samen met Nijab om op zijn aanraden de wandeling naar de Pidurangala rots te maken. Vanop de top moeten we namelijk een prachtig panorama hebben. Eerst passeren wij langs een boeddhistisch klooster en dan is het eerst wat klimmen op een stenen pad in de schaduw van een bos. Het zijn vooral jonge mensen die deze wandeling doen omdat de prijs naar de top slechts een tiende bedraagt van het gene men betaalt om de Sigiryarots te beklimmen. Straks zullen wij Nijab wel eens vragen hoe hij dit zal compenseren! 

Een bordje geeft aan dat we 286 trappen moeten beklimmen voor wij bij een liggend boeddhabeeld komen. Nu staat ons een zwaar technisch deel te wachten, waarbij we over rotsen moeten klauteren. Annemie zal bij het beeld blijven. Terwijl Nijab en ik zo goed en zo kwaad mogelijk naar de top klimmen zijn er al heel wat jonge mensen die terug komen. Na wat zwoegen en zweten komen we boven en hebben een prachtzicht op de 175 meter hoge rots van Sigirya. Spijtig dat Annemie er niet bij is! We hebben een panorama van 360° over de omgeving en de zon doet haar uiterste best om over al dit moois te schitteren. Wij dalen af, want we willen Annemie niet te lang alleen laten. Ze zit bij de liggende boeddha en is heel erg ontgoocheld dat ze niet meeging. Ik begrijp haar wel, maar de beklimming was zeker niet van de minste. Wat bedrukt zetten wij de daling in terwijl zwaluwen hoog in de lucht hun dagelijkse portie insecten vangen. Er wandelen nog altijd toeristen naar boven hoewel de zon nu al flink brandt. Een jong meisje heeft haar beide handen vol met plastic flessen die op de top achtergelaten werden. Hoedje af voor deze jonge vrouw! Begrijpe wie begrijpen kan! Overal ter wereld worden klimaatmarsen gehouden door de jongeren. Een volle fles water naar boven dragen gaat, maar een lege niet meer! Zou het misschien kunnen te maken hebben met het feit dat de jeugd tegenwoordig teveel gepamperd wordt? 

We komen terug bij onze slaapplaats en een heerlijk ontbijt staat ons al op te wachten. 
Daarna rusten wij wat in de boomhut en zien een zwartnekmonarch op zijn nest zitten. Afwisselend vliegen het mannetje en het vrouwtje af en aan. Tussendoor maken ze het nest schoon door de uitwerpselen te verwijderen. Wat verder schiet een grote hagedis de struiken in als hij ons opmerkt. Na dit tof intermezzo is het tijd om een lunch te nuttigen. Steeds wordt de maaltijd hier opgediend in prachtige zware aardewerken borden. Ook de koffiekoppen zijn pareltjes. Nijab zegt dat het servies in de streek gemaakt wordt, maar wij hebben nog geen verkooppunten gezien. Spijtig genoeg zijn ze niet in het hotel te koop! De toast met ham en kaas smaakt verrukkelijk en we kunnen er weer een tijdje tegen!
Om 14u. staat Nijab ons op te wachten om ons naar een hotel te brengen, waar een jeep en zijn chauffeur klaar staan. Een wat oud vehikel is ons voertuig voor deze namiddag, maar Nijab verzekert dat het beestje er één van goede makelij is! Van daaruit vertrekken wij onmiddellijk naar de ingang van het nationale park van Minneriya. Het natuurgebied is vooral bekend voor zijn grote kuddes olifanten die bij het waterreservoir Minneriya Tank te vinden zijn. Deze plas werd aangelegd door koning Mahasen. Blijkbaar is de plaats heel populair, want een tiental jeeps wringen zich in alle bochten om direct uit de startblokken te schieten als hun begeleiders de toegangstickets veroverd hebben. Dat belooft! Een paar bijeneters zijn duchtig in de weer en trekken zich van al die heisa niets aan.  Eindelijk is het onze beurt om te vertrekken en in een wolk van stof schiet de meute in gang. Gelukkig kunnen wij even naar adem happen als wij een pracht van een Indische slangenarend op een tak zien. De stoet van jeeps moet dan een waterplas dwarsen, maar een paar idioten zijn blijven steken in het diepe omdat ze niet konden wachten. Die moeten nu eerst getakeld worden alvorens wij verder kunnen rijden. De depannagedienst met lier staat paraat! Daarna is het een inhaalwedstrijd waarbij de leuze “Wees een heer in het verkeer” al lang achterhaald is! Gelukkig wordt geduld beloond, want wat verder staan een paar kuddes olifanten met kalfjes op de grasvlakten aan het meer. Weer is het een gewriemel om een goed plaatsje bij de kolossen te bemachtigen. Gelukkig hebben wij een goede zoom op onze camera, wat in deze moderne tijden van selfiesticks wel van onschatbare waarde is! Het spektakel is op zich al heel mooi en in het gras zitten ook een paar Indische grielen die vooral opvallen door hun grote ogen. Daarnaast spotten wij ooievaars, grijze pelikanen en blauwe reigers. Een kudde buffels geniet van een welgekomen bad in deze hitte. Ook een paar olifanten spuiten zichzelf eens goed nat, wat natuurlijk ook mooie foto's oplevert! 

We rijden verder en opeens krijgt de jeep zijn kuren en start terug hortend en stotend. Wij dachten dat het beestje van een goede makelij was? Bij het oversteken van de rivier op een andere plaats laten we enkele jeeps passeren zodat de chauffeur in één keer de waterplas kan dwarsen. Oef, dat lukt ternauwernood zonder stilvallen! De jeep rijdt nu aan een slankengangetje van 20 km per uur naar de uitgang. Het slechtste moet nu nog komen, want wij moeten terug naar het hotel. Alle soorten rijwielen, zelfs die op twee wielen, steken ons voorbij! Oef, wij raken zonder kleerscheuren bij het hotel. We geven de chauffeur van de jeep wat fooi, maar wij hebben er toch een dubbel gevoel bij. Dan rijdt Nijab ons terug naar onze vertrouwde slaapplaats. Intussen is het al bijna donker. 
We nemen een deugddoende douche om al het stof weg te spoelen en zijn klaar om het diner te nuttigen. De maaltijd bestaat uit een paar soorten gebakken vlees met warme tomaten. Het dessert is “Watalappan”, een soort van Sri Lankese pudding met karamel, kokosnoot, palmsuiker en eieren. In een tafel in een hoek zit een Engels koppel. De Engelse vrouw met een verlepte huid ziet er niet al te gezond uit en slaakt een luide kreet als ze een kakkerlak opmerkt. Wat doet zo'n mens in deze mooie natuurlijke omgeving, vragen wij ons af? Wel is ze fit genoeg om enkele sigaretten in een kwartier tijd op te steken. Gelukkig zit ze ver genoeg van ons af om er last van te hebben. Na een dag om niet snel te vergeten, zoeken wij omstreeks 22u. onze boomhut op. Slaap lekker, Annemie! 

Zaterdag 23 maart 2019 : “Onze huisdieren nemen afscheid, overnachting bij een meer, gastvrij onthaal tijdens een bui en het wild spiegelt zich in het venster”. 

We hebben heerlijk geslapen en de vogels geven hun eerste serenade. Het koppel zwartnekmonarchen is al druk in de weer bij het nest. Ook onze twee kikkertjes begroeten ons in de badkamer. Wij zullen onze boomhut missen! 

Het is tijd voor het ontbijt. Met een portie fruit, wat toast en een spiegelei of ontbijtgranen worden wij echt in de watten gelegd. Wij nemen afscheid van het vriendelijke personeel, want Nijab staat ons al op te wachten met zijn immer brede glimlach. “Alles ok, madame, meneer?” vraagt hij iedere morgen. Eerst stuurt onze chauffeur ons langs kleine landelijke wegen en een groot meer, dat onder andere dient voor de irrigatie van de landbouwvelden. Aan de overkant van de waterplas staat een vijfsterrenhotel, vertelt Nijab ons. We komen op een grote weg en blijkbaar wordt er veel gebouwd in het land, want veel vrachtwagens zijn volgeladen met bouwmateriaal. Rechts hebben wij een zicht op de Knuckles, een bergketen met toppen tot ongeveer 1900 meter hoogte. Het dankt zijn naam aan het feit dat de contouren van het massief van op een afstand lijken op de knokkels van een samengebalde vuist. In 1997 hebben wij een wandeling door het gebied gedaan en het enige dat we ons nog herinneren, zijn de bloedzuigers die hier welig hun slachtoffers kiezen. 

We komen bij een meer en daarna bij het “Lavensish wild safari” hotel, een modern gebouw in deze omgeving. We spotten wat pelikanen, ooievaars, reigers en aalscholvers op het water. Ook zien wij enkele mensen die vissen vanop een drijvende binnenband. Het hotel is heel mooi met veel vensters en blijkbaar zijn wij de enige gasten. Bij de receptie staan twee vrouwen in traditionele klederdracht die ons een welkomstfruitsapje overhandigen. De kamer is heel ruim en beschikt gelukkig over een goed werkende airco, want buiten is het nu 36° C. We willen de benen rekken en gaan op stap. Wij proberen dichter bij het meer te geraken, maar voorlopig lukt dit niet. Een aarden pad brengt ons langs huizen, waar we overal vriendelijk begroet worden met “Ayobowan”. Verschillend dieren zoals  een parelhalstortel, Indische palmeekhoorns en kleurrijke vlinderen kruisen ons pad. Honden echter zijn niet zo blij met onze aanwezigheid. Een schooljongen vraagt in zijn beste Engels of wij olifanten willen zien. Hij troont ons mee door graspaden en velden tot bij een rivier. Hij vertelt ons dat de olifanten hier soms komen drinken en baden. We keren terug en bedanken de jongen voor zijn uitleg. 

Terug in het hotel kunnen wij samen met Nijab een lunch verorberen. Annemie en ik genieten van een groot bord kippensoep terwijl onze chauffeur kip met curry eet. Dan doen we een middagslaapje, want om 15u. 30 hebben we met Nijab afgesproken om een wandeling te doen. 

Omstreeks 15u. genieten wij nog eerst van een kop koffie en een half uur later gaan wij van start. Doorheen het domein van een lodge komen wij bij het meer, waar we enkele kleurrijke Indische nimmerzatten zien. Een koe en haar kalf kijken ons daarbij wat sceptisch aan. Een ijsvogel zit op een elektriciteitsdraad en een kleine varaan vlucht de struiken in. Het begint zowaar te regenen. Door toedoen van Nijab mogen wij schuilen bij een koppel met twee tienerdochters. Die herkennen ons direct van onze eerdere wandeling vandaag. De ventilator wordt erbij gehaald en de gastvrije familie trakteert ons met papaja. Dat kan je je bij ons niet voorstellen! Er hangen foto's van een kalender aan de muur van het jaar 2013 en wij beloven hen een kalender voor volgend jaar op te sturen met onze foto's er op. 

Het is gestopt met regenen en we nemen afscheid van deze joviale familie. Wij komen bij een pad, dat zogezegd privaat is, en stappen naar een huis. Daar blaffen enkele honden, maar er is niemand thuis. Aan de rand van het meer staat een mooie woning die precies al een tijdje leeg staat. Nijab ziet deze goed gelegen plaats meer dan zitten en wij reppen ons terug naar de gastvrije familie. Blijkbaar behoorde dit huis vroeger toe aan één of andere president en samen met de heer des huizes gaat Nijab nog eens kijken. 
Daarna keren wij naar het hotel terug en spotten nog enkele ijsvogels, bijeneters en een winterkoninkje met nestmateriaal in zijn bek. Daar verwelkomt de manager ons en vertelt dat het wildleven dikwijls tot tegen het venster van het hotel komt. Zo zitten er regelmatig olifanten en slangen in de tuin. Hij toont een filmpje op zijn smartphone waarbij twee witbuikzeearenden aan het vechten zijn in het gras. Eén vogel is zo danig groggy door de strijd dat hij uitgeteld ligt. De mensen van het hotel kunnen het dier over de kop aaien, maar een half uur later is de vogel weer bij zijn positieven en kan hij weer weg vliegen. 
We nemen een douche en om 19u. zijn wij klaar voor het avondmaal. Wij zijn de enigen in het restaurant. Het slaatje en de kip met curry is heel lekker en totaal niet pikant. Wat ananas en een banaantje sluit een heerlijk diner af. We lezen nog wat en kruipen dan onder de wol. 

Zondag 24 maart 2019 : “De beer stuurt zijn kat, witte reigers hebben een goede lift versierd, snel wezen voor de Duitse invasie, een olifant chargeert en takken zwiepen om ons heen”. 

We hebben goed geslapen en om 6u. vertrekken wij voor een safari in het nationale park van Wasgamuwa. De vriendelijke mensen van het hotel hebben ons daarom een ontbijtpakket meegegeven en wij maken kennis met Hiyanage, de chauffeur van de jeep voor vandaag. Een kwartier later zijn we al bij de ingang van het park en wij zijn bijna de enigen. Het is mistig, maar met wat geluk zouden we deze ochtend een lippenbeer kunnen spotten. Wij komen direct bij een waterplas, maar zien geen zeldzame dieren. Dan rijden we door het bos, maar de lippenbeer stuurt voorlopig zijn kat. Wij zien wel een Indische slangenarend tussen de bomen door vliegen en even later spotten we hem op een tak. We komen bij een brug en Hiyanage vraagt toelating om die over te steken. Daar worden de nieuwe onderkomens van de parkwachters gebouwd en hier kunnen wij gebruik maken van de toiletten. 

De zon breekt intussen door en we zien een paar bruinkopbaardvogels en een koppel  Indiase paradijsmonarchen. Deze kleurrijke dieren vliegen af en aan naar hun nest. Na dit kleurrijk gebeuren vervolgen wij de safari. Onderweg vliegt de Indische slangenarend nog een paar keer voor onze jeep. Wij sturen vervolgens naar één van de rivieren, waar we enkele kleurrijke vissen in het water zien. Hier kan men ook kamperen op platformen. Wakker worden met dierengeluiden, hoe tof moet dat niet zijn? Bij een waterplas zien wij dan waterbuffels en witte reigers hebben een toffe zitplaats gevonden op hun rug. Aan een kleine poel schiet een grote hagedis snel weg, kikkers laten zich luidruchtig horen en enkele groene bijeneters vliegen in een boompje. Een Indische palmeekhoorn en een ijsvogel komen ook even piepen. 

We zijn terug bij het bezoekerscentrum en onze chauffeur rijdt om de lunch. Het is goed warm en wij rusten wat in de schaduw. Hiyanage is terug en zijn echtgenote heeft een lekkere rijst met curry voor ons bereid. Na de maaltijd is het tijd voor een siësta. Die wordt met een halfuur ingekort daar er opeens twee bussen met Duitse toeristen arriveren en Nijab wil vertrekken voor die gasten in hun jeeps zitten. 

We zijn nog maar net weer in het park en wij spotten in de verte al een paar olifanten, maar een boom bij een waterplas trekt echter onze aandacht. Een tiental Indische ibissen hebben er samen met hun jongen hun intrek in genomen. Anderen zitten nog op het nest. Wat een kleurrijk spektakel! 

Het is tijd voor koffie met koekjes. Hiyanage rijdt naar een parking bij de rivier, waar ook nog andere jeeps staan. Eerst bekijken wij het panorama bij de oevers van de Mahaweli rivier. Nijab en de chauffeur gaan dan eerst wat pootjebaden, terwijl Annemie en ik  op zoek gaan naar wat vogels. De koffie en koekjes smaken voortreffelijk en we kunnen terug naar de ingang rijden. Het beste moet nog komen, want in een boom spotten wij een Indische slangenarend en zijn kuiken zit wat verder. Dan staan wat olifanten met kleintjes op de weg. Het duurt niet lang of één van hen valt ons voertuig aan. De chauffeur en Nijab roepen daarop luid en een meter voor onze jeep komt het dier tot rust. Gelukkig zijn wij niet te voet, want in Botswana werden Annemie en ik bijna onder de voet gelopen door een jonge mannetjesolifant. We laten de dieren rustig passeren terwijl het kwade dier alles argwanend bekijkt. 

Wij sturen verder en spotten twee mooie Malabarneushoornvogels op een boom. Ze blijven mooi poseren en we kunnen dan ook een goede afbeelding van de dieren nemen. Zelfs als ze vliegen zijn ze nog fotogeniek! Vervolgens zien wij weer een kudde olifanten en we tellen er een goede 26. Bij een poel zitten er verschillende vogels waaronder nestelende Indische ibissen en twee reigers voeren een prachtige paringsdans uit. Nu en dan moeten wij wel even opletten voor takken en bladeren die in de jeep belanden daar het voertuig soms te hoog is voor de wilde begroeiing. 

We rijden het park uit en begeven ons naar het hotel. Daar bedanken wij onze competente chauffeur met een goede fooi en hij moet zeker de groeten doen aan zijn echtgenote die ons een heerlijke lunch bezorgd heeft. Het nationale park van Wasgamuwa is niet zo druk bezocht, maar is echt een aanrader! 

De douche doet meer dan deugd en om 19u. zijn wij paraat om het heerlijke diner van kip met frietjes te verorberen. Een tongstrelende curd sluit een lekker avondmaal af. Na deze toffe dag vol kleurrijke dieren lezen wij nog wat en gaan dan slapen! 

Maandag 25 maart 2019 : “Wij laten een groen spoor achter in de kamer, restaurant is populair bij de toeristen, een diamanten verleiding, een grote keuze aan thee, onze chauffeur wordt aan de kant gezet door de politie en Russische vodka in klein Engeland”. 

We hebben goed geslapen en het keukenpersoneel heeft weer voor een lekker ontbijt gezorgd. Eerst is er een vitaminerijk fruitbord met papaja, banaan en ananas. Daarna is er toast met jam en een eiergerechtje naar keuze. De worstjes en aardappelen die bij het Engels ontbijt geserveerd worden, hoefden echter niet voor ons! Wij bekijken nog even de tuin en als we de kamer terug binnenkomen laten we een spoor van gras achter. Het groene tapijt was juist afgereden en nog nat. Wij proberen het wat op te vegen en excuseren ons bij de kamermeisjes die klaar staan om de kamer te poetsen. “No problem sir, no problem madame” zeggen ze. We zullen een mooie fooi in de  pot deponeren voor deze uiterste vriendelijk mensen, want ze verdienen dit zeker! 

Nijab staat al paraat om ons naar de volgend bestemming te brengen. Wij sturen eerst over rustige wegen langs meren en de rijst ligt te drogen langs de weg. Dan gaat het gestaag omhoog langs haarspeldbochten en tientonners geladen met eucalyptushout vorderen langzaam. We komen in een stadje, waar Nijab enkele zaken moet regelen. Intussen zullen wij het plaatsje wat verkennen, want op maandag is het marktdag hier.
Het doet deugd om de benen te strekken en we kunnen ongestoord leuke foto's maken. Fruit en groenten liggen mooi uitgestald en ook kledij in alle maten en kleuren wordt te koop aangeboden. Nijab is terug en wij zetten de rit verder. Hij vraagt of we ergens moeten stoppen om te plassen en we knikken volmondig ja. Daarom stopt hij bij een luxehotel, waar een huwelijksplechtigheid plaatsvindt. Een luxueuze BMW is er getooid met witte bloemen en lintjes. Nijab vertelt dat het vooral de rijken zijn die op zo'n plaatsen huwen. 

We sturen dan door de voorsteden van Kandy en het wordt steeds drukker. In de stad zelf is het aanschuiven geblazen omdat de scholen net afgelopen zijn. We zien volop kinderen in smetteloze witte uniformen die te voet ofwel per tuktuk naar huis gaan. In 1997 hebben wij de tempel van de tand bezocht, maar gelukkig staat die niet op het programma. Zouden er nog steeds verscherpte controles zijn om het heiligdom binnen te gaan, vragen we ons af? Waarschijnlijk wel!

Wij hebben een hongertje en Nijab stelt ons het “Kandyan Arts Restaurant” voor met dakterras. Voor een vaste prijs kunnen we een buffet eten. Het is gelukkig nog vroeg, want het restaurant is populair bij alle reisorganisaties. Vooral de soep met brood vinden wij lekker en de rest kan er wel mee door. Een half uur later loopt de plaats goed vol, vooral met Engelse bustoeristen. 

Wij hebben nog wat tijd om naar ons eindpunt te rijden vandaag en Nijab vraagt of we geen zin hebben om een edelstenenatelier te bezoeken. Hij heeft namelijk lang in deze branche gewerkt. We zijn wel benieuwd en krijgen in het atelier wat uitleg over het beroep. Natuurlijk is het hun bedoeling om ook te verkopen. Annemie ziet wel wat in een mooie ring met een blauwe saffier erin verwerkt en die valt mee qua prijs, want ons budget is natuurlijk niet oneindig! De koop is snel gesloten en intussen stroomt een bus Chinese toeristen binnen. Nijab vertelt ons dat die meestal wel interesse vertonen, maar zelden iets kopen. 

We sturen nu richting Nuwara Eliya en zien algauw hectares vol theeplantages. Wij stoppen bij de “Storefield Tea Factory” om er een paar soorten “Ceylon Tea” te proeven. Eerst neemt een jong meisje ons mee om het productieproces uit te leggen. 
Dan krijgen wij in de winkel-proefzaal een serveerplank met acht soorten thee erop. Die kunnen we allemaal proeven. Annemie en ik zijn niet echt theeliefhebbers, maar het ene kopje is wel lekkerder dan het andere. Nijab geniet er wel ten volle van. Wij kopen een thee met een smaakje en het zou moeten helpen om in te slapen. We zullen zien!
We rijden vervolgens in één rechte lijn naar het hotel. Het is druk onderweg en onze chauffeur durft nu en dan wel eens de verkeersregels aan zijn laars lappen. In een bocht omhoog steekt hij een wagen over, maar hij heeft pech dat er daar net twee motards van de politie staan. Die doen teken dat hij moet stoppen. Hij keert rechtsomkeer en hij blijft een tijdje bij de agenten staan. Als hij terugkomt is het even stil in de wagen en dat zijn wij van hem niet gewoon. Even later vertelt hij dat hij zijn rijbewijs bij de motards heeft moeten achterlaten. Morgen moet hij naar het politiebureau om een boete te betalen, zodat hij het kleinood kan terugkrijgen. 

We komen in de stad en merken dat er heel wat bijgebouwd is. Nog een bocht en wij zijn bij onze verblijfplaats voor de komende twee nachten : “Avian Breeze hotel”. Nuwara Eliya, dat ook wel klein Engeland genoemd wordt, is bekend om zijn prachtige huizen en oude Victoriaanse hotels. Ons hotel uit 1938 is zo'n pareltje en behoorde ooit aan de eerste minister. Wij hebben geluk, want we mogen slapen in de “Governor's suite”. Het is de grootste kamer en ook de badkamer is ruim. De manager excuseert zich enkel voor het feit dat de jacuzzi niet werkt. Voor ons geen enkel probleem! Het kan hier wegens de hoogte koud worden, maar een elektrisch vuurtje staat al klaar! 

We doen nog een kleine wandeling in de omgeving en zien enkele prachtige huizen, waarvan sommige wel een opfrisbeurt kunnen gebruiken. Wij nemen een douche en om 19u. zitten we aan tafel. Een uitgebreid diner staat ons te wachten! Een slaatje als voorgerecht, dan soep en als hoofdgerecht varkensvlees met groenten en frietjes. Het laatste is eigenlijk meer vet dan vlees, maar wij klagen niet. Een groot assortiment fruit zorgt dat de magen meer dan gevuld zijn! Intussen is een Russisch koppel met zoon aan een andere tafel komen plaatsnemen. Hun chauffeur is de taal precies meer dan machtig en de vodka kan voor hen natuurlijk niet ontbreken! Ze zijn vriendelijk en vragen of wij een glaasje lusten, maar die sterke drank is niet aan ons besteed! 

We trekken ons terug in de kamer, maar om 20u. 30 valt de elektriciteit uit. De manager had ons al gewaarschuwd dat dit kon gebeuren. Eén van de obers komt snel met een oplaadbare lamp aangelopen zodat wij nog wat kunnen lezen. De lichtbron geeft echter snel de geest en wij kruipen onder de lakens. We horen nog even de luide stem van de Russische man, maar dan wordt alles stil. Een uur later schiet de elektriciteit terug op gang. 

Dinsdag 26 maart 2019 : “Voor dag en dauw naar boven, endemische vogels, tralies tegen ongelukken met selfies, de waterval staat droog, vervallen glorie en water in de kelder”. 

Annemie en ik hebben niet zo goed geslapen en om 4u. 30 loopt de wekker ongenadig af. We frissen ons wat op en om 5u. staat Nijab ons al op te wachten buiten. De ober geeft ons een ontbijtpakket mee, waarvoor dank. We rijden vandaag met een busje naar de Horton Plains, een hoogvlakte in centraal Sri Lanka. Het beschermd natuurgebied hebben we in 1997 ook aangedaan, maar wij hoefden dan wel niet zo vroeg uit bed. 

De vriendelijke chauffeur is warm ingeduffeld en door het donker sturen wij heuvelopwaarts. We passeren enkele spoorwegovergangen en door bosrijk gebied gaat het gestaag hoger. Wij stoppen twee maal, want de zon komt mooi op en kleurt de hemel rood. Aan de ingang bij het bezoekerscentrum staan enkele busjes, maar dat zal geen chaos teweegbrengen zoals in Minneriya. We eten het ontbijtpakket op en in het gras staat een sambar te grazen. Het dier is alleszins mensen gewenst, want waarschijnlijk zijn er weer een paar idioten die het hert voederen. 

De entreebewijzen zijn aangekocht en wij kunnen de wandeling aanvatten. Eerst worden onze rugzakken grondig gecontroleerd kwestie van geen plastic zakken mee te nemen. De tocht is zo'n 10 kilometers lang en brengt ons eerst door het nevelwoud.  Al snel spotten wij een exemplaar van een kleurrijke endemische zangvogel : “De geelpluimbuulbuul”. Het kopje van het dier bestaat uit drie kleuren : “Zwart, wit en geel”. De vogel zit goed verscholen in het bladerdek, maar het lukt ons toch om een aanvaardbare foto te maken! We hebben ook geluk met het weer, want de hemel kleurt staalblauw. Wij zien nu ook een Ceylonese brilvogel en die is ook endemisch voor Sri lanka. Ons geluk kan niet op als we wat verder een Ceylonvliegenvanger spotten en een eekhoorntje komt even poolshoogte nemen. 

We dalen en komen bij de eerste klif, in de volksmond gekend als “Mini's World End”. Annemie en ik merken dat er hier nu tralies staan. Blijkbaar hebben ze deze maatregel moeten treffen omdat teveel mensen per se een selfie willen nemen. Het gevaar is daarbij groot dat ze zo in de afgrond tuimelen. Wat een tijden! 

We wandelen door bosrijk gebied naar het hoofddoel van vandaag : “World's End”, een steile klif met een diepte van ongeveer 1200 meter. We hebben geluk met deze heldere dag, want wij zien een flard van de Indische Oceaan. Ook hier zijn tralies aangebracht voor de veiligheid van de moderne mens! 

Na dit mooi intermezzo vangen we de terugweg aan langs een ander pad. Dat stijgt even door het bos, waarbij wij de waterval “Baker's Falls” aandoen. De waterval stelt vandaag niet veel voor, want we zien enkel een plasje water. We klimmen en dalen langs grasvlaktes en komen aan de uitgang. Het is al bijna middag. Wij sturen naar het hotel en in het daglicht ziet het landschap er natuurlijk nog mooier uit. Bij één van de spoorwegovergangen vindt een fotoreportage voor een huwelijk plaats. Iets verder gebeurt hetzelfde in een bos. In een paar weiden grazen koeien en wij weten als snel waarom. We komen namelijk bij een grote melkfabriek. De chauffeur koopt er wat yoghurt, Nijab drinkyoghurt voor het thuisfront en wij twee grote potten curd voor deze middag. Het is er druk, want veel mensen slaan dozen melkpoeder in. Nijab vertelt ons dat de restauranthouders vooral deze vorm van melk gebruiken. Daarom smaakt de warme melk in onze koffie zo vreemd! 

We zijn bij het hotel en nemen afscheid van onze competente buschauffeur. Wij wensen ook Nijab een leuke namiddag en verorberen dan onze curd met een kan koffie. We rusten wat en doen dan een wandeling in de omgeving. Al snel houden een paar straathonden ons gezelschap en eekhoorns zijn alom tegenwoordig op de elektriciteitsdraden. We zien een paar hotels die vroeger waarschijnlijk tot de top behoorden. Nu groeit er gras door de muren en kleurrijke terrastegels hebben ooit prachtige tijden meegemaakt! Spijtig! In de beek zien wij bundels wortelen en prei liggen, die wel goed gewassen zullen zijn. 
We lezen nog wat, nemen een douche en zijn klaar voor het diner. Blijkbaar zijn wij de enige gasten deze avond en dat is toch steeds even wennen! Gelukkig hebben we honger, want wij krijgen weer een feestmaal opgediend. De groentenkroketten, de uiensoep en de spaghetti carbonara zijn overheerlijk. Ook het toetje onder de vorm van chocolademousse is verrukkelijk! Dit alles wordt opgediend door een jongen die waarschijnlijk tijdens de dag op school zit en s' avonds de theorie in de praktijk moet brengen! De wat schuchtere jongeman zit strak in het pak, maar zijn broek is wat te kort en zijn schoenen te groot. Bij ons in Vlaanderen zeggen ze dan, dat er “Water in de kelder staat”! Morgenochtend zullen wij een mooie fooi in de pot steken voor de vriendelijke bediening die hier ons te beurt viel. 
Na dit overvloedig diner trekken wij ons op de kamer terug. We zijn er net of de elektriciteit valt weer uit. De ober staat al klaar met de oplaadbare lamp. Slaap lekker, Annemie!

Woensdag 27 maart 2019 : “Yoghurt met aardbeien, nat worden voor het plezier, vogelaars in camouflagepakken en de vreemde eend in de bijt”. 

We hebben heerlijk geslapen en om 8u. staat ons alweer een overvloedig ontbijt te wachten. Naast het brood en fruit hebben wij de keuze tussen havermoutpap of een spiegelei. Annemie gaat voor de eierbereiding en ik voor de andere optie. Om 9u. staat “The man with a plan” ons op te wachten, maar hij is niet zo uitbundig als de vorige dagen. Blijkbaar is de boete hem niet zo goed bevallen! Wij nemen afscheid van het vriendelijke personeel. Zoals op de meeste plaatsen voelden we ons echt de koning te rijk! 
De eerste uren sturen wij door theevelden en blijkbaar worden hier ook “Sungrown” of zongerijpte aardbeien gekweekt. Hier en daar kunnen wij er ook kopen en dat doen we. Dat zal straks heerlijk zijn bij een pot curd! Na de koudere temperaturen komen wij snel weer in warmere oorden terecht. De buitentemperatuur bedraagt nu even 38°C. We rijden door het gebergte en bevinden ons in Kitulgala dat zich in het regenwoud bevindt. De streek is heel geliefd bij mensen die graag wilde rivieren temmen met een kajak. Dat doen ze op de Kelani rivier en die stroom diende als decor voor de Oscarwinnende film “The bridge on the river Kwai”. Langsheen de weg staan dan ook voldoende chalets, waar de rafters hun gading kunnen vinden. 

We stoppen bij een luxelodge, waar wij even gebruik maken van de sanitaire voorzieningen. Er is net een busje met jongelui toegekomen en ze hebben klaarblijkelijk heel veel riviervocht over zich gekregen! Nijab : “Wij komen hier regelmatig, want de kinderen zijn er dol op”. Dit is niet voor Annemie en ik weggelegd, want wij vertoeven liever op het droge! 

Vervolgens eten wij in een eenvoudige eettent onze aardbeien met curd, terwijl Nijab rijst met curry naar binnen werkt. In de volgende stad moet onze chauffeur een paar boodschappen doen en hij vraagt of we daar geen moeite mee hebben. Natuurlijk niet! We strekken even de benen, maar worden nu en dan lastig gevallen door verkopers van edelstenen. Wij zijn blij dat Nijab terug is en even later rijden we over rustiger wegen richting Sinharaja. We naderen, want wij zien enkele mensen turen naar takken langs de kant van de weg. De vogelliefhebbers zijn gekleed in kakikleurige kledij en zijn gewapend met verrekijkers en camera's met lenzen om U tegen te zeggen. Het bonte gezelschap logeert waarschijnlijk ook in hetzelfde hotel als wij : “The Blue Magpie lodge”, genoemd naar de blauwe kitta die in dit natuurreservaat voorkomt. 

We zijn bij het hotel en de manager is niet echt een toonbeeld van vriendelijkheid. Het diner wordt om 19u. 30 geserveerd dus kunnen wij nog een wandeling maken in de omgeving. We zien een breed scala aan vogels die we al eerder gezien hebben en keren op onze stappen terug. 

Wij hebben er weer eens honger van gekregen en de groentensoep is al een lekkere voorbode. Daarna is er een heerlijke kip-curry met groenten. De papaya- en ananasschotel met een bolletje ijs zal vervolgens voor de vertering van al dit lekkers zorgen! Het personeel is overigens enorm vriendelijk in tegenstelling tot de manager! Wij zien intussen dat de groep vogelaars deel uitmaken van de “Tropical Birders”, een internationaal gezelschap. We gaan slapen, want morgen moeten wij vroeg uit de veren. Annemie en ik helpen nog even de oudste dame van het gezelschap, die heel slecht te been is, om haar kamer terug te vinden. Blijkbaar is ze snel gedesoriënteerd in het donker en wij vragen ons af waarom ze mee is op zo een reis!

Donderdag 28 maart 2019 : “Betonwoede in een nationaal park, domme Fransen jagen het kleinste hertje van Sri Lanka weg, snel even van kleur veranderen en een pracht van een roofvogel”. 

Om 5u.30 gaat de wekker ongenadig af en een kwartier later zitten wij al aan de ontbijttafel. Het keukenpersoneel heeft al voor heerlijke roereieren gezorgd en zo kunnen we de dag goed starten. Een half uur later brengt Nijab ons naar de ingang van het bezoekerscentrum van het nationale park van Sinharaja. De groep vogelaars is ook van de partij. Nadat de entreebewijzen betaald zijn, gaan wij samen met een jonge gids en Nijab op pad. Onze chauffeur heeft voor speciale kousen gezorgd zodat wij geen last hebben van bloedzuigers. Er zijn werken aan het pad zodat wij een steile weg naar boven moeten klimmen en dit tussen de bomen. Al snel wordt een blauwe kitta gespot, maar de vogel zit te hoog om echt goed te zien. Oef, wij zijn eindelijk boven! We nemen nu een weg waarlangs de jeeps naar een tweede ingang van het park rijden. Daar zien wij de weg die ze nieuw aan het aanleggen zijn. Dat bestaat uit betonnen klinkers. Wat is er mis met een tof onverhard bospad, vragen wij ons boos af? Zijn de toeristen nu zodanig gepamperd, dat hun schoenen niet meer vuil mogen zijn! De gids en Nijab kijken even langs de zijkanten van het pad, waar anders een beekje stroomt, naar er staat gewoonweg geen water in en dit door de grote werkzaamheden. En dit in een mooi regenwoud! Anders spotten ze altijd slangen en hagedissen! Misschien kunnen ze nog een rode loper leggen of een kabellift naar boven trekken? In ons hoofd zijn wij het liedje van “Laat ons een bloem” van Louis Neefs indachtig! 

Gelukkig ligt er nu een mooi bospad op ons te wachten na de tweede ingang. Daar spotten wij direct een paar kleurrijke insecten en spinnen. Daarna hebben we het geluk om een mooie endemische Ceylonese honingzuiger te mogen spotten. Het is dan een komen en gaan van bontgevederde vogels zoals de purperstuithoningzuiger, de scharlaken menievogel en een paar soorten tirannen. Daarna zien wij een paar prachtige bekerplanten en op een boom zit zowaar een kangoeroehagedis. Vervolgens spotten we een uitzonderlijk dier : “Een geelgevlekt dwerghert”. Het diertje snelt weg en wij zoeken het langs het pad. Spijtig genoeg verpest een Frans koppel en hun gids het gebeuren. Ze lopen door het struikgewas en jagen zo het dier verder weg. Nochtans mogen ze het pad niet verlaten! Merde! 

In de bomen zitten wat hoelmans of grijze langoeren die heel moeilijk te zien of te fotograferen zijn. Wij keren terug naar het bezoekerscentrum, maar doen dit langs de weg die de jeeps berijden. Dat betekent wat langer wandelen, maar zo spotten wij een slang. Spijtig genoeg in een flits, want het dier is snel verdwenen! Wat verder zien we bij een struik wel twee kameleons. In een wip is het groene mannetje getransformeerd tot een hagedis met een purperrode kop! Wauw, hoe mooi is dat! We komen in de bewoonde wereld en zijn niet ver meer van het hotel. Terwijl Nijab samen met de gids om de auto gaat, wandelen Annemie en ik naar onze lodge. We vragen of wij soep met toast kunnen krijgen als lunch en dat is geen enkel probleem! 

We doen daarna een siësta en willen nog wat wandelen. Wij stappen naar de brug over de rivier en een toffe weg rechts trekt onze aandacht. Eerst is er wat beton, maar dan is het volop genieten op een graspad dat eigenlijk langs de rivier en het Sinharaja park leidt. We zien er een paar hoelmans hoog in de bomen en een reuzeneekhoorn is ijverig bezig zijn kost bijeen te zoeken. Bontgekleurde vogels vliegen over en de regenwoudgeluiden zijn een lust voor het oor! Het pad loopt steeds maar verder en verder en spijtig genoeg zullen we moeten terugkeren, want de avond valt. Onderweg komen wij nog een blank meisje met een Sri Lankese vrouw op een brommer tegen. Ze is Amerikaanse en doet vrijwilligerswerk hier. Ze is heel goed ingeburgerd en spreekt al goed de taal. We spotten nog een reuzeneekhoorn en dan zien wij in de verte een roofvogel in een palmboom. We naderen voorzichtig en de Indische kuifarend maakt gelukkig geen aanstalten om op te vliegen. Zo kunnen wij heel mooie foto's van deze prachtvogel nemen. Wauw, dat is weer zo'n moment van de dag om te koesteren!

We keren naar het hotel terug en onderweg spotten wij ook nog een smyrna-ijsvogel. 
Het is iets na 18u. en we nemen snel een douche. Om 19u. 30 staat het diner al klaar en enkel de vogelgroep en wij zijn van de partij. Het menu bestaat uit goentensoep en kip met frietjes en groenten. Als dessert is er curd met palmhoning, onze favoriet! 
We hebben het slaapblok nu voor ons alleen, want de groep slaapt in de chalets beneden. Wij lezen nog wat en kruipen dan in onze bedstee, na deze dag om U tegen te zeggen! 

Vrijdag 29 maart 2019 : “Thee wordt volop geplukt, een schooldansje, de bomen hangen vol vliegende honden, tweemaal pannenkoeken op één dag en een safari met een uitbundige fauna”. 

Het was heet op de kamer, maar we hebben toch goed geslapen. Het keukenpersoneel zorgt voor een lekker ontbijt onder de vorm van pannenkoekjes en roereieren. Sinds gisteren is de manager ook al wat vriendelijker, want hij heeft al een paar keer gevraagd of alles naar wens is. Woensdag had hij misschien een slechte dag? 
We nemen afscheid van het joviale personeel en ook Nijab staat ons blijgemutst op te wachten. Zijn boete zal intussen verteerd zijn! Wij sturen door een landschap vol theeplantages en de pluksters zijn er volop in de weer. Het belooft weer eens een hete dag te worden. 

Grote waterplassen kondigen het nationale park van Udawalawe aan en achter de omheining zien wij enkele olifanten. Het is een belangrijk leefgebied voor deze viervoeters. Van thuis uit hebben we heel wat balpennen en andere zaken mee. Aan Nijab hebben wij gevraagd om misschien ergens te stoppen, waar men deze kleinoden kan gebruiken. Tot nu toe hebben we nog geen gelegenheid gehad om dit te doen, maar op een parking staat twee bussen vol schoolkinderen. Daar delen wij de kleinoden uit en er wordt zelfs een dansje gedaan. Natuurlijk laat ook Annemie zich hierbij van haar beste kant zien! 
We rijden nu op een drukkere weg en net als bij ons staan er lange files bij de schoolpoorten. De kinderen in uniform worden naar huis gebracht met brommers, bussen en tientallen tuk tuks, het vervoermiddel bij uitstek in Sri Lanka. Onderweg worden er veel aardenwerken potten met curd aan de man gebracht. Wij vragen aan onze chauffeur wat ze dan met het aardewerk aanvatten. Nijab : “Dat gebruiken ze om huizen mee te bouwen”. Wij naderen snel ons einddoel van vandaag dat is Kataragama, de uitvalsbasis voor een safari in het nationale park van Yala. Eerst wil Nijab ons verrassen. Hij stuurt ons een weg links in en daar komen wij bij het Tissa Wewa meer. In de bomen rondom hangen tientallen vliegende honden. Het zijn indrukwekkende vleermuizen, maar ze zijn ongevaarlijk omdat ze vooral fruit eten. 

We sturen verder en stoppen bij het boetiekhotel “Yala Villa”. Wij vinden het vreemd, want op onze hotellijst stond “Safari Lodge Yala”. Nijab zegt dat dit zijn tweede verrassing is. Een paar dagen geleden had ik gepolst naar de toegangsprijs voor de Sigiryarots. Wel, dat wil hij nu compenseren met ons hier te laten slapen. De manager is namelijk een goede vriend van hem. We hebben een mooie slaapkamer en zijn de enige gasten vandaag. De villa maakt deel uit van “Taruvillas”, een keten van boetiekhotels. Als lunch heeft het keukenpersoneel voor pannenkoeken met suiker en banaantjes gezorgd. Het wordt precies een dag voor zoetekauwen! 

Om 14u. 30 staat de safari naar het nationale park van Yala gepland. Nijab brengt ons naar het bezoekerscentrum, waar de jeep en zijn jonge chauffeur ons al staan op te wachten. Er zijn al wat voertuigen, maar het is geen overrompeling zoals in Minnerya. We rijden het park binnen en bij waterplassen zien wij buffels, wilde zwijnen en heel veel bijeneters. Sporadisch spotten we nu en dan een olifant. Het landschap bestaat uit struiken, bossen, grasland, poelen en rotsen. De bekendste rots is “The Elephant Rock”, die lijkt op een olifant zoals de naam het aangeeft. Terwijl een arend overvliegt, krijgt de chauffeur een oproep dat er een luipaard gezien is op een rots. Meerdere jeeps haasten zich naar het gebeuren, maar al snel vormt zich een file. Een opzichter te voet zegt ons om terug te keren. Het dier, dat op een rots zit, zal namelijk weglopen zodra één van de jeeps zich in beweging zet. De meute rijdt vervolgens terug naar de uitgang, maar wij sturen nog even richting zee. Bij één van de inhammen zien we nog een olifant en een krokodil in het water. 

We rijden vervolgens naar het bezoekerscentrum en maken een afspraak met de chauffeur voor de safari van morgen. Omstreeks 19u. 30 heeft het keukenpersoneel een lekker diner klaar staan voor Nijab en wij. De pompoensoep is wat aan de pikante  kant, maar de rijst met curry en vis smaakt heerlijk! En Nijab weet al wat wij lekker vinden, want de chef kok komt met een verfrissende curd met palmhoning aandraven. 
Het is een toffe avond, maar het is nog steeds bloedheet buiten. 

Zaterdag 30 maart 2019 : “De kat verdwijnt achter de horizon, de woorden van Tom Hanks indachtig en slapen in het specerijenhuis”. 

Ondanks de koelte van de airco hebben wij niet zo goed geslapen. Om 6u. smullen we van een omelet met tomaten en ook wat fruit onder de vorm van papaja, ananas en banaan maakt dat wij de dag hoopvol tegemoet treden! Een half uur later vertrekken we weer naar het bezoekerscentrum. Onderweg staan een paar jeeps bij een kloofje. Snel dalen wij te voet om te kijken wat er te zien is. We zijn net te laat, want een paar minuten geleden zat er nog een luipaard op een rots. Die zien we nog juist achter de horizon verdwijnen. Spijtig! 

Wij rijden naar het bezoekerscentrum, waar onze joviale jonge chauffeur van gisteren ons al staat op te wachten. Terwijl de mannen tickets kopen, spotten wij nog een paar honingzuigers op bloemen en een pauw toont trots zijn vederpracht. Bij het park slaan we een weg links in, ver weg van de meute. Bij een paar rotsen kijken wij of er niets bijzonders te spotten valt, maar de luipaard stuurt zijn kat! Wel is het heel levendig bij de waterplassen! Buffels en wilde zwijnen genieten van hun ochtendbad en bijeneters vangen hun favoriet voedsel : “Bijen”! Het lukt ons om één van de kleurrijke vogels met een bij in zijn bek te fotograferen! Twee Malabarneushoornvogels zitten mooi te poseren op een tak en een hop verkiest de schaduw van een struik. 

Het is heet, maar in een open jeep valt dit meer dan mee! Enkel de hoelmans voelen zich in hun sas, want ze zijn volop in de weer tussen de bomen. Wij komen bij een parking met toiletten aan zee. Op de muren van de sanitaire voorzieningen hebben verschillend kikkers de koelte opgezocht. Onze chauffeur krijgt een oproep dat er een luipaard gespot is, maar het dier is te ver weg om er naartoe te rijden. De rest van de tijd spotten wij nog een paar mooie vogels zoals een Indische witte ibis, een Indische slangenarend, halsbandparkieten en een ijsvogel. Een luipaard krijgen we niet meer te  zien, maar zoals Tom Hanks het zo mooi kon zeggen in “Forrest Gump” : “Life is like a box of chocolates, you never know what you're gonna get”! 

Net buiten het park zie ik in de diepte een roofvogel. We stoppen en de witbuikzeearend blijft mooi zitten zodat wij een mooie foto van dit grote dier kunnen nemen. Natuurlijk staat onze jeep niet lang alleen! Bij het b


terug naar het blog